Klokkenmakers & Provenance
William Young
.
William Young klokkenmaker in London 1640-1703
In de schemering van de zeventiende-eeuwse horlogerie bevindt zich het fascinerende levensverhaal van William Young (ca. 1640 – 1703). Zijn carrière speelde zich af in een tijdperk waarin Engeland uitgroeide tot het absolute epicentrum van de klokkenmakerskunst. Aan de hand van archieven en een uiterst zeldzaam overgeleverd uurwerk, ontrafelen we de geschiedenis van deze Londense meester.
Een vroege start bij de Smeden (ca. 1661)
Hoewel zijn exacte geboortedatum niet bekend is, schatten historici dat William Young rond 1640 werd geboren. Zijn leertijd bracht hij door in het hart van de Londense uurwerkindustrie onder de vleugels van de gerespecteerde meester-uurwerkmaker Joseph Drake. Een leerling werkte als leerling-gezel 7 jaren vanaf zijn 14e jaar.
In die vroege jaren was de klokkenmakerij in Londen nog niet volledig gecentraliseerd onder één specifiek gilde. Dus toen Young toe trad in 1661 als ‘Freeman’ tot de Company of Blacksmiths (het traditionele smedengilde), waar ook zijn leermeester Drake bij was aangesloten, was hij 21 jaar. Dit lidmaatschap gaf hem de officiële status van zelfstandig vakman. Het betekende dat hij vanaf dat moment het wettelijke recht had om zijn eigen werkplaats te runnen en zijn creaties te signeren met zijn eigen naam: William Young.
De lantaarnklok is gesigneerd William Young Neare Charing Cross, dat betekent, dat de klok vermoedelijk in 1674 (start werkplaats bij Charing Cross) is gemaakt.
Gildeconflicten en het huwelijk met Mary Hill (1671)
Youngs actieve periode viel samen met een felle strijd tussen het oude smedengilde en de jonge, ambitieuze Clockmakers' Company (opgericht in 1631), die het exclusieve monopolie op de horlogerie opeiste. Young manoeuvreerde behendig door dit gildeconflict.
Wanneer de prominente klokkenmaker Benjamin Hill in 1670 overlijdt, worden William Coxeter, ThomasTaylor, Jeremy Gregory als zeer gerenommeerde klokkenmakers van de Clockmakers Company als ook William Young vanwege zijn expertise gevraagd om, samen met zijn oude leermeester Drake, de omvangrijke nalatenschap van Hills klokken en horloges te taxeren. Tijdens dit werk ontmoette hij Hills dochter, Mary Hill. De vonk sloeg over, en in 1671 traden William en Mary in het huwelijk. Hiermee verbond Young zich niet alleen persoonlijk, maar ook professioneel en zakelijk met een van de invloedrijkste horlogefamilies van Londen.
De bloei in Charing Cross (1682 – 1703)
De druk op klokkenmakers buiten het officiële klokkenmakersgilde nam in de loop der jaren toe. In 1682 maakte Young de overstap en werd hij als Free Brother opgenomen in de prestigieuze Clockmakers' Company. HIj verbrak daarmee de eed bij de Blacksmith Company niet, maar zijn belangen verschoven volledig naar de Clockmakers Company. In 1691 werd hij assistant (bestuurslid) bij de Clockmaker Compay.
Met deze nieuwe status werkte hij in zijn atelier in Charing Cross. Dit was een strategische toplocatie in Londen, gesitueerd tussen de commerciële City en het koninklijk hof bij Whitehall. Hier maakte hij klokken en zakhorloges voor de welvarende Britse aristocratie en burgerij. Young bleef een gerespecteerd ambachtsman in deze wijk tot aan zijn overlijden in 1703. Vandaag de dag zijn historische registraties van zijn werkplaats nog steeds terug te vinden in de archieven van het British Museum.
De grote ombouwgolf en een wonderlijke reconversie
Toen de slingerklok (in 1656 uitgevonden door Christiaan Huygens) de horlogewereld veroverde, nam de nauwkeurigheid gigantisch toe. Eigenaren lieten hun kostbare klokken destijds massaal moderniseren. Vrijwel alle balanswiel-lantaarnklokken werden omgebouwd naar een slingersysteem; het originele balanswiel werd simpelweg weggegooid of omgesmolten.
Dat maakt het specifieke exemplaar van William Young dat vandaag de dag bestaat zo uniek. De klok vertelt zijn complete, eeuwenoude biografie via subtiele fysieke 'littekens'. Het betreft hier een meesterlijke reconversie: in latere tijden is de klok met diep historisch respect teruggebouwd naar zijn originele 17e-eeuwse staat.
Wie goed kijkt naar de bovenplaat van de klok, ziet de stille getuigen van de tijdelijke slingermodernisering: twee dicht gepolijste kleine gaatjes achterop en één klein gaatje voorop de bovenplaat markeren exact de plekken waar ooit de latere slingeronderdelen gemonteerd hebben gezeten. Dankzij een vakkundige reconstructie van het balanswiel en de kloof (de ondersteunende brug), vervaardigd uit authentiek oud messing, tikt deze klok nu weer exact zoals William Young hem ruim 360 jaar geleden heeft opgebouwd. Een museale rariteit en een levend monument voor de vroege Engelse uurwerkkunst.
De Mechanische getuige: De balanswiel-lantaarnklok
Het meest tastbare en spectaculaire bewijs van Youngs vroege vakmanschap is deze overgeleverde lantaarnklok met een balanswiel-echappement. Dit specifieke type mechanisme stamt rechtstreeks uit de periode rond zijn vroege jaren bij het smedengilde (ca. 1661).
In dit pre-slingerperidode werd de tijd gereguleerd door een spillegang (verge escapement), gecombineerd met een groot, zwaar messing wiel bovenop de klok: het balanswiel. Dit wiel had destijds nog geen spiraalveer; het reguleerde de klok puur op basis van zijn eigen traagheid (massa) terwijl het heen en weer schommelde. Klokken met dit systeem liepen voor moderne begrippen onnauwkeurig en weken destijds gerust 15 tot 30 minuten per dag af.
Links: het balanswiel met de brug
De reconversie van de William Young balanswielklok
Technische samenvatting
Deze 17e-eeuwse lantaarnklok van de bekende Londense maker William Young (Charing Cross, actief 1674–1703) is een goed voorbeeld van een geslaagde horologische reconversie. Het uurwerk toont aan hoe een vroege balanswielklok in het verleden werd gemoderniseerd tot slingersysteem en later weer in zijn exacte, originele staat is hersteld.
De historische context
Rond 1700 werden veel vroege balanswielklokken omgebouwd naar de destijds revolutionaire en veel nauwkeurigere slingertechniek (pendule). Omdat de oorspronkelijke balanswielen en balansbruggen tijdens deze ombouw vaak als schroot werden weggegooid, zijn deze onderdelen vrijwel nooit bewaard gebleven.
De 18e eeuwse conversie (naar slinger)
De ombouw naar een slingersysteem werd uitgevoerd zonder het interne raderwerk aan te tasten. Dit was mogelijk dankzij de specifieke geometrie van het spillenechappement (verge escapement):
- Het balanswiel werd simpelweg van het uiteinde van de spil (de verticale of horizontale as met de lepels) verwijderd.
- Het echappement (het kroonwiel en de spil zelf) bleef volledig intact binnen het uurwerk.
- Een korte slinger (bob pendulum) werd aan de buitenzijde van de achterplaat gehangen middels een speciaal messing steuntje (pendulum cock), waarvoor twee montagegaten werden geboord.
- Een gaffel (crutch) op de originele spil verbond het uurwerk rechtstreeks met de slingerstang. Omdat de slingerslag van een spillenechappement erg wijd is, gedroeg de korte slinger zich mathematisch nagenoeg gelijk aan het oude balanswiel.
De moderne reconversie (terug naar balanswiel)
Tijdens een latere, hoogwaardige restauratie is de slingerconversie ongedaan gemaakt om de klok zijn oorspronkelijke 17e-eeuwse karakter terug te geven:
- De 'littekens' weggewerkt: Het slingersteuntje aan de achterzijde is verwijderd. De twee montagegaten en het montagegaatje aan de voorzijde van de bovenplaat zijn vakkundig dichtgezet met messing pennen en vlakgepolijst (plugged and flushed), waardoor ze nu vrijwel onzichtbaar zijn.
- Ambachtelijk gietwerk: Omdat het originele balanswiel en de balansbrug hoogstwaarschijnlijk verloren waren, zijn deze onderdelen volledig gereconstrueerd. De restaurateur heeft hiervoor historisch smeltmessing gebruikt dat is gegoten in een traditioneel zandbed (sand casting). Dit zorgt voor de juiste metallurgische structuur, gietgallen en patina die perfect aansluiten bij het 17e-eeuwse uurwerk. De zwarte metaalsporen aan de achterzijde van het balanswiel rond het asgat en de spaak (zie onderstaande afbeelding) doen vermoeden, dat de reconversie mogelijk al in de 19e eeuw heeft plaatsgevonden. Dat het oude balanswiel en de brug bewaard zouden zijn gebleven, lijkt haast onmogelijk.
- Montage: De vervangende balansbrug is gemonteerd op de twee oorspronkelijke montagegaatjes aan de rechterzijde van de bovenplaat.
Resultaat: Dankzij het feit dat het raderwerk intern nooit werd aangetast en de reconversie met authentieke materialen en technieken is uitgevoerd, functioneert deze klok van William Young nu weer exact zoals hij ruim 350 jaar geleden is ontworpen—en loopt het uurwerk nog altijd uitstekend.
Joseph Davis 1666-1711
Joseph Davis: De meester-klokkenmaker van de Londense Dokken
In de gouden eeuw van de Engelse horologie (klokkenmakerij) was Londen het absolute wereldcentrum van innovatie en luxe. Een van de intrigerende meesters uit deze periode is Joseph Davis. Hoewel zijn naam bij het grote publiek soms in de schaduw staat van giganten als Thomas Tompion, getuigen zijn overgebleven uurwerken van een uitzonderlijk vakmanschap. Dankzij bewaard gebleven gilde-archieven kunnen we zijn levensverhaal vandaag de dag nauwkeurig reconstrueren.
Van leerling tot vrijmeester
Joseph Davis werd vermoedelijk rond 1666 geboren in het Engelse graafschap Middlesex. Als 14 jarige leerling trad hij in de leer bij Samuel Higginson, een gerespecteerde naam binnen de Londense klokkenmakerswereld. Onder Higginsons vleugels leerde Davis de complexe mechanica van de klok, het smeedwerk en het echappement beheersen.
In 1687, op ongeveer 21-jarige leeftijd, rondde Davis zijn leertijd succesvol af. Hij trad toe tot de Worshipful Company of Blacksmiths (het smedengilde). Hoewel er sinds 1631 een specifiek klokkenmakersgilde bestond, kozen veel horologemeesters er in die tijd uit traditie of vanwege economische redenen voor om zich bij de Blacksmiths te registreren. Deze officiële toelating in 1687 markeerde het startschot van zijn zelfstandige carrière.
Succes aan de Theems: Wapping Dock en Ratcliff Highway
Davis vestigde zijn werkplaats in het dynamische oosten van Londen, achtereenvolgens aan Ratcliff Highway en Wapping Dock. Dit was destijds een bruisende, welvarende maritieme buurt aan de Theems. De wijk werd bewoond door rijke reders, succesvolle kooplieden en vermogende scheepskapiteins. Dit bleek de ideale clientèle voor de luxe artikelen die Davis produceerde. Zijn actieve en meest productieve bloeiperiode liep van 1690 tot circa 1711.
🔍 Uitgelicht meesterwerk: De 'Winged' Lantaarnklok van Joseph Davis
Hoewel een deel van Davis' werk bewaard is gebleven in musea zoals het Victoria and Albert Museum (V&A) in Londen, bevindt zich in een particuliere collectie een uitzonderlijk zeldzaam en museaal exemplaar van zijn hand: een zogeheten 'winged' lantaarnklok uit circa 1688.
Een kinetisch schouwspel met een maritiem tintje
Dit specifieke exemplaar is een zeldzaam overgangsmodel uit de vroege horologie. Rond 1656 werd de slinger door Christiaan Huygens uitgevonden. Omdat deze slinger bij een lantaarnklok wijd naar links en rechts zwaait, steekt hij aan de zijkanten buiten de messing behuizing uit. Om de slinger te beschermen, monteerden klokkenmakers messing uitbouwen aan de zijkanten die op vleugels ('wings') lijken.
Wat dit exemplaar uniek en historisch waardevol maakt voor verzamelaars, zijn de volgende ongeschonden kenmerken:
- Gesigneerd origineel: De klok is prachtig gesigneerd met "Joseph Davis LONDON" in het gegraveerde centrum van de wijzerplaat, net onder de cijferring – exact de historisch correcte plek voor deze periode.
- Origineel spillegang (Verge Escapement): In de 18e en 19e eeuw zijn vrijwel alle vroege lantaarnklokken omgebouwd naar een moderner echappement. Dat deze klok zijn originele 12-uurs gangwerk mét de oorspronkelijke spillegang heeft behouden, is extreem zeldzaam.
- Ankervormige slingerlens: De slinger (de bob) is gesmeed in de vorm van de vloeien van een scheepsanker. Bij elke tik zwaait deze ankervormige lens zichtbaar in en uit de glazen vensters van de vleugels. Een prachtig visueel detail dat perfect past bij Davis' werkplaats in de maritieme dokken van Wapping.
- Eindeloze lus: Het uurwerk werkt via een aaneengesloten kettingsysteem (Huygens-systeem) aangedreven door één zwaar hoofdgewicht, in balans gehouden door een loden contraring om slippen tijdens het opwinden te voorkomen.
Blijvend erfgoed
Of het nu gaat om de rijk gedecoreerde staande Chinoiserie-klokken in museumcollecties of deze zeldzame, mechanisch pure lantaarnklok in particulier bezit: het werk van Joseph Davis blijft een fascinerend venster naar de 17e-eeuwse Londense techniek. Het zijn tastbare monumenten van een vakman die de tijd van de Engelse Gouden Eeuw wist te vangen.
Henry Borrell
Henry Borrell: De Londense meester van de oosterse xxportklok
Wie in de late 18e en vroege 19e eeuw een absoluut mechanisch meesterwerk zocht om indruk te maken op internationale vorsten, kwam ongetwijfeld uit bij Henry Borrell. Deze gevierde en hoog aangeschreven horologemaker geniet tot op de dag van vandaag wereldwijde bekendheid vanwege zijn ingenieuze automaten en luxe uurwerken. Speciaal vervaardigd voor de vermogende exportmarkten in het Nabije en Verre Oosten, vormen zijn creaties de ultieme brug tussen Britse precisie en oosterse esthetiek.
Van Zwitserse Hugenoot tot Londense elite
Henry Borrell werd rond 1757 geboren als Jean Henri Borel in Couvet, gelegen in het Zwitserse kanton Neuchâtel. Als protestantse hugenoot migreerde hij naar Engeland, waar hij zijn naam veranderde naar het meer Engels klinkende John Henry Borrell. In 1791 trouwde hij in de bekende Londense kerk St Dunstan-in-the-West met Kitty Howe, en in 1805 werd hij officieel genaturaliseerd tot Brits staatsburger via een Act of Parliament.
Tussen 1795 en 1840 runde hij zijn succesvolle horlogerie vanuit verschillende locaties in het hart van de Londense klokkenindustrie, waaronder 8 Aldersgate Buildings en 15 Wilderness Row. Voor grote en complexe opdrachten sloeg hij geregeld de handen ineen met andere befaamde exporteurs en klokkenmakers, zoals het prestigieuze huis Markwick Markham en horologemaker Perigal.
De Royal Exchange als kwaliteitsstempel
Borrells status bleek ook uit zijn aanwezigheid rondom de Royal Exchange, het bruisende financiële en commerciële handelscentrum van Londen. Klokkenmakers die vanuit dit prestigieuze handelsdistrict opereerden, zetten dit met trots op hun wijzerplaten. Een signatuur als "Henry Borrell LONDON Exchange" fungeerde destijds als een absoluut kwaliteitsstempel. Het liet buitenlandse kopers en handelaars direct zien dat het uurwerk rechtstreeks uit het meest vooraanstaande economische hart van de Britse metropool kwam.
Specialisatie in automaten en wereldwijde export
Tijdens de regeerperiode van koning George III beleefde de export van luxe mechanische goederen naar Azië een absolute bloeiperiode. Borrell speelde hier perfect op in met spectaculaire topstukken:
- De Chinese markt: Voor het Chinese hof maakte hij monumentale klokken van vuurverguld brons (ormolu) en koningsblauw guilloché-email, vaak uitgerust met mechanische theaters waarin miniatuurscheepjes over glazen rollen voeren. Mogelijk maakten enkele van zijn creaties zelfs deel uit van de historische diplomatieke Macartney-ambassade aan keizer Qianlong in 1793.
- De Ottomaanse markt: Borrell bouwde een enorm netwerk op in het Nabije Oosten. Zijn oudste zoon, Henry Perigal Borrell (1795–1851), verhuisde in 1818 zelfs naar Smyrna (het huidige İzmir) om daar als handelsagent de klokkenverkoop van zijn vader in het Ottomaanse Rijk te stimuleren.
Hybride maatwerk: De lantaarnklok voor de Levant
Hoewel Borrell bekendstaat om het gebruik van Oost-Arabische ('Turkse') cijfers voor zijn oosterse clientèle, leverde hij ook fascinerend hybride maatwerk. Een prachtig voorbeeld hiervan zijn de zeldzame lantaarnklokken die hij aanpaste voor de Ottomaanse markt.
Waarom bezitten sommige van deze klokken Romeinse cijfers in plaats van Turkse cijfers? In het Ottomaanse Rijk van die tijd gold het gebruik van Romeinse cijfers op een klok juist als een ultiem statussymbool. Het bewees immers dat het een kostbaar en modern instrument was dat rechtstreeks uit West-Europa was geïmporteerd.
Om de klok toch perfect te laten aansluiten bij de smaak van de lokale elite, paste Borrell de iconografie van de oer-Britse lantaarnklok op meesterlijke wijze aan:
- De halve maan (Crescent Moon): Hét symbool van het Ottomaanse Rijk werd prominent verwerkt in het messing gietwerk van de fretten (de opengewerkte platen aan de bovenzijde) en gegraveerd op de zijdeurtjes.
- Florale motieven: De deurtjes werden voorzien van weelderige bloem- en bladgravures. Omdat de Ottomaanse elite een diepe fascinatie had voor florale kunst, vonden deze decoraties gretig aftrek.
Levend erfgoed
Wanneer de mechanische kunstwerken van Henry Borrell vandaag de dag op veilingen bij huizen zoals Christie's of Sotheby's verschijnen, wisselen ze geregeld voor kapitale bedragen van eigenaar. Zijn topstukken zijn daarnaast te bewonderen in musea over de hele wereld, waaronder het beroemde Paleismuseum in de Verboden Stad in Peking. Of het nu gaat om een monumentale speelklok met bewegende schepen of een verfijnde lantaarnklok met Ottomaanse halve manen: het werk van Henry Borrell blijft een adembenemend getuigenis van 18e-eeuws mondiaal vakmanschap.
Flavon
Wie was marchand-horloger Flavon uit Fleurance.
Flavon en de rol van de 'Marchand-Horloger' in Fleurance
Fleurance was destijds een bloeiende bastide (vestingstadje) in de Gers. Hier werkte Flavon, voor zover wij aannemen, in zijn werkplaats/atelier. Als marchand-horloger (koopman-horlogemaker) was hij veel meer dan een eenvoudige reparateur. Onder het strenge Franse gildesysteem van vóór de Revolutie bezat hij het exclusieve recht om zowel eigen uurwerken te vervaardigen als kwaliteitsonderdelen in te kopen. In een tijd waar in de Jura en Zwitserland ruwe raderwerken (ébauches) en messing gietstukken werden geproduceerd, fungeerde Flavon als de architect van het eindproduct.
- Het Atelier in Fleurance: In die periode kochten horlogers in provinciesteden zoals Fleurance (Gers) hun onbeschreven emaille wijzerplaten en ruwe messing raderen in bij grote productiecentra. In hun eigen lokale werkplaats assembleerden, vijlden en decoreerden zij het uurwerk tot een volwaardige klok en zetten daar hun eigen naam op.
- Het verloren archief: Tijdens de Franse Revolutie (die uitbrak in 1789, pal in de periode van uw klok) zijn in kleinere gemeenten zoals Fleurance veel gilde- en belastingarchieven geplunderd of in brand gestoken. De biografie van marchand-horloger Flavon is daardoor op papier verloren gegaan.
Een unieke 18e-eeuwse slaapkamerklok ( horloge à lanterne) 1750-1775 van Flavon à Fleurance.
In de wereld van de antieke Franse uurwerken zijn het vaak de grote namen uit Parijs die de spotlights opeisen. Maar wie échte horologische geschiedenis wil proeven, moet afreizen naar de provincie. In het Zuid-Franse departement Gers, diep in de historische regio Gascogne, werkte in het derde kwart van de 18e eeuw (ca. 1750–1775) een meester-vakman wiens werk getuigt van gedegen en zeldzaam maatwerk: Flavon à Fleurance.
Een originele messing lantaarnklok die speciaal is ontworpen voor de slaapkamer. Dit object werpt een fascinerend licht op Flavon en zijn rol als marchand-horloger.
Uurwerkmakers Zaanstreek 1670-1685
De provenance en mogelijke makers van deze lantaarnklok (ca. 1670-1685)
Het determineren van een zeldzame, doperse lantaarnklok uit circa 1670-1685 brengt ons terug naar het absolute brandpunt van de Nederlandse uurwerkgeschiedenis. Waar de technische binnenzijde van deze klok reeds getuigt van een vroeg meesterschap, onthullen de uiterlijke kenmerken en de iconografie een fascinerend verhaal over de herkomst (provenance) en de mogelijke makers uit deze pioniersfase.
De klok bevindt zich exact op het kantelpunt waar de ruwe doperse pioniersgeest uit de Zaanstreek versmolt met de smaak van de kapitaalkrachtige Amsterdamse grachtengordel.
De Iconografie: Doperse Vroomheid en Amsterdamse Smaak
De provenance van deze specifieke klok wordt grotendeels verteld door het zeldzame messing gietwerk (de fretten). Dit ensemble is een directe historische blauwdruk van de sociaaleconomische context rond 1685:
- De Doperse Connectie (Frontfret): De afbeelding van de drie christelijke deugden — Geloof, Hoop en Liefde — met los, golvend haar is typerend voor vroege doperse (doopsgezinde) gietvormen uit de late zeventiende eeuw. In deze periode waren veel prominente klokkenmakers in de Zaanstreek doopsgezind. De weergave van de deugden zonder de latere, strakkere kapjes is een belangrijk historisch ankerpunt dat de klok stevig in de periode 1680–1690 plaatst.
- De Amsterdamse Markt (Zijfretten): Dat de zijfretten zijn voorzien van het wapen van de stad Amsterdam, compleet met de keizerskroon en de drie andreaskruisen, duidt op een vroege 'Amsterdamse lantaarnklok'. Zaanse meesters werkten in deze tijd nauw samen met Amsterdamse handelaren. Deze monumentale klok van 70 centimeter hoog was met zijn kostbare messing kast en glazen deurtjes onmiskenbaar bestemd voor een vermogend Amsterdams grachtenpand of koopmanshuis.
Mogelijke makers: Wie bouwde deze klok?
Rond 1670-1685 was de spoeling van meesters die in staat waren om een dergelijk complex en zwaar uurwerk met dubbele cijferring en wekkerwerk te vervaardigen, uiterst dun. Er zijn drie zeer sterke hypothesen te stellen over de herkomst uit een specifieke werkplaats:
- De Familie Volger (Wormerveer): Dit is historisch gezien de sterkste kandidaat. Pionier Kornelis Michielsz. Volger was de grondlegger van dit type robuuste uurwerken. Na zijn overlijden (ca. 1683) zette zijn zoon Dirk Jacobszoon Volger de werkplaats in Wormerveer voort. Juist in deze overgangsjaren rond 1685 experimenteerde de werkplaats Volger met de transitie van de vroege, ruwere ijzeren klokken naar de luxere messing lantaarnklokken op een onbeschilderde eiken achterplank.
- Jacob Dirksz. Copies (Westzaan): Copies begon zijn werkplaats rond 1675/1680 en was in 1685 de belangrijkste en meest innovatieve concurrent van de jonge Dirk Volger. De familie Copies stond bekend om hun fabelachtige handwerk en doperse klokken die qua monumentale uitstraling en gietwerk exact overeenkomen met dit exemplaar.
- Cornelis Dircksz. van Rossen (Koog aan de Zaan): Van Rossen begon zijn bloeiende werkplaats exact in deze periode (ca. 1685). Hij en zijn broers produceerden de absolute 'topmodellen' uit de streek, die specifiek bedoeld waren voor de export naar Amsterdam en de klokkenvrienden uit de doperse elite.
Conclusie:
Of de klok nu definitief is toe te schrijven aan het atelier van Volger of diens directe tijdgenoot Copies, het betreft hier een museumwaardig overgangsmodel. De onbeschilderde, gelobde eiken achterplank en de unieke set van originele, handgegoten peervormige gewichten bevestigen dat deze klok al ruim 340 jaar in nagenoeg ongecompromitteerde staat is overgeleverd. Het is een tastbare herinnering aan de tijd waarin de Zaanse fijnmechanica de wereldtop bereikte.
Omdat klokken uit deze specifieke pioniersfase (1675–1750) extreem zeldzaam zijn, is wetenschappelijke registratie van groot historisch belang.
- Wetenschappelijk onderzoek: Dit specifieke uurwerk wordt aangemeld bij het landelijke Onderzoeksproject Zaanse Klok van het Museum Zaanse Tijd. Zij brengen de vroege Nederlandse uurwerkhistorie in kaart. Bezit u zelf een vroege lantaarnklok? Draag dan bij aan het onderzoek en laat uw klok registreren.