Collectie
Mijn collectie bevat een zeer vroege Zaanse stoel lantaarnklok Zaanstreek/Amsterdam 1665-1675, Engelse lantaarnklokken van William Young ca 1674, Joseph Davis ca 1688 en Henry Borrell ca 1795. De Franse lantaarnklokken zijn een kleine cartoucheklok gesigneerd 1751, een grote haan lantaarncomtoise uit ca 1760-1780 en een slaapkamer schotellantaarnklok van marchand-horloger Flavon uit Fleurance uit ca 1750-1770.
De informate over hun makers vindt u bij Klokkenmakers & Provenance.
De lantaarnklok van Willam Young
- Bij Mechaniek & Materialen leest u hoe de reconversie in zijn werk is gegaan.
De lantaarnklok met balanswiel is een zeldzame en historisch belangrijke Engelse klok uit de periode rond 1670-1680. De klok is gemaakt door de klokkenmaker William Young, die destijds werkte en woonde nabij Charing Cross in Londen.
Hieronder volgt een overzicht van de belangrijkste kenmerken van dit bijzondere uurwerk:
- Historische techniek: De klok maakt gebruik van een balanswiel (balansuurwerk) om de tijd te regelen. Deze techniek stamt in de basis van vóór de uitvinding van de slinger door Christiaan Huygens (1657). Hoewel de klok rond 1674 is gebouwd — toen de slinger al bestond — behield deze klok de traditionele en destijds al zeldzamer wordende balanstechniek.
- Tijdaanduiding: Balansklokken waren naar moderne maatstaven erg onnauwkeurig (ze konden gemakkelijk een kwartier per dag afwijken). Om die reden heeft de klok slechts één wijzer, die puur de uren aangeeft.
- Afstelling van de tijd: Omdat het mechanisme gevoelig was, werd de snelheid van de klok handmatig bijgesteld door het holle aandrijfgewicht aan te vullen of te verminderen met kleine loden kogeltjes. De loden contragewichtjes zijn kegelvormig en houden de koorden strak zodat ze goed op- en afwikkelen.
- Functies: Naast het gaandwerk beschikt de klok over een slagwerk dat de hele uren slaat op een grote bel bovenop de klok.
- De bel heeft een bronslegering genaamd klokkenspijs.
Klokkenspijs is een vorm van brons, maar met een hoger tingehalte dan normaal brons (dat meestal 10% tot 12% tin bevat). Klank: Het hoge tingehalte maakt het metaal erg hard en veerkrachtig, wat zorgt voor de heldere, langdurige klank van de klok.
Linksonder: detail van fret met een dolfijnenmotief.
- Zeldzaamheid: Bijna alle lantaarnklokken met een balanswiel zijn in de loop der eeuwen omgebouwd naar een moderner slingersysteem om ze nauwkeuriger te maken. Klokken zoals die van William Young, die hun balanswiel hebben behouden of in originele staat zijn teruggebracht, zijn tegenwoordig uiterst schaars en gezocht door verzamelaars.
De winged lantaarnklok van Joseph Davis
Een winged lantaarnklok (of vleugellantaarnklok) rond 1688 gemaakt door de Londense klokkenmaker Joseph Davis, is een zeldzaam en iconisch type 17e-eeuwse Engelse klok.
De belangrijkste kenmerken:
- De "Vleugels" (Wings): Het meest opvallende kenmerk zijn de twee messing uitbouwen aan de zijkanten (de vleugels). Deze dienden niet alleen als decoratie, maar boden extra ruimte aan de binnenkant zodat de slinger (het pendel) vrij zijwaarts kon uitzwaaien. De slinger heeft een ankervormige bob.
- Het Uurwerk: Deze klok is volledig gemaakt van messing en ijzer. Hij werkt op basis van een spillegang (verge escapement) in combinatie met een korte slinger. Het mechanisme is gewichtsgedreven (Huygenslus) met een touw en een zwaar loden gewicht met loden contragewicht en heeft een gangduur van 12 uren. Deze klok heeft de "ombouwstorm" in begin 18e eeuw doorstaan en alle originele kenmerken van de spillegang, kroonrad en korte slinger behouden.
- Wijzerplaat en Functies: De klok heeft de typische kenmerken van die periode: een prachtig gegraveerde messing wijzerplaat met Romeinse cijfers en doorgaans slechts één enkele ijzeren uurwijzer. Deze klok heeft van origine geen wekker.
Meer over Joseph Davis leest u bij Klokkenmakers & Provenance
- Historische context: Joseph Davis (actief rond 1690–1711 in Wapping Dock en de wijk Ratcliffe Highway in Londen) maakte deze klokken in een tijdperk waarin mechanische klokken nog echte statussymbolen waren voor de rijkere burgerij. Lantaarnklokken met vleugels zijn tegenwoordig erg gezocht onder verzamelaars vanwege hun specifieke vormgeving en zeldzaamheid. Er zijn op ogenblik geen andere lantaarnklokken van hem bekend.
Links: het mooi en gedetailleerd gegraveerde fret met florale motieven geheel in lijn met de gravure van de wijzerplaat.
Boven: de zijfretten en de wingfretten zijn niet gegraveerd.
Het uurwerk
Dit uurwerk heeft een boven-en onderplaat, vier platines met twee aparte treinen met gaand- en slagwerk. In het midden de ankervormige bob, die tussen de platines doorslaat. De vleugels geven de ruimte aan de slinger om buiten de kast te gaan. Interessant is, dat het gaande werk vijf raderen heeft: onder het grondrad, dan het tussenrad, dan een extra tussenrad en op de bovenplaat het kroonrad. Het uurrad zitten tussen de 1e platine en de wijzerplaat.Davis heeft er voor gekozen om met een extra tussenrad de druk van het zware gewicht van de raderen te halen, de gangduur is dus nog steeds 12 uren.
Lees meer over Joseph Davis bij Klokkenmakers & Provenance.
Over de wings is veel gezegd en gezwegen. De wings zouden later aan de klokken zijn toegevoegd. Of ze zijn direct door de makers als gehele klok ontworpen. Er zijn geen afbeeldingen bekend uit die tijd, behalve een gravure van Jan Luiken uit Nederland. Hij gunt ons in een gravure een kijkje in zijn 17e eeuwse werkplaats. Boven het raam hangt een gevleugelde lantaarnklok.
De lantaarnklok van Henri Borrell
Toen Henri Borrell deze lantaarnklok (1795) vervaardigde in de traditionele 17e-eeuwse stijl, maar mét Romeinse cijfers en Ottomaanse symbolen, creëerde hij een uniek hybride kunstwerk.
De Wijzerplaat met Romeinse Cijfers
In tegenstelling tot de meeste klokken voor de Turkse markt – die Arabisch-Ottomaanse cijfers kregen – heeft dit specifieke type een strakke, messing cijferring met traditionele Europese Romeinse cijfers (I t/m XII). Geheel volgens de 17e-eeuwse traditie is de klok met het frame, het raderwerk , 1 gietijzeren gewicht met loden vulling, de Huygenslus met katrol, gebouwd. Een uitzondering in die stijl is, dat de klok twee wijzers heeft. De gangduur is ongeveer 30 uur.
Waarom deze specifieke combinatie?
Deze specifieke uitvoering was een exclusief nicheproduct. Het was niet bedoeld voor de traditionele Turkse burger, maar werd gemaakt voor:
- Westerse diplomaten en ambassadeurs die in Constantinopel (Istanbul) woonden en een herkenbare, Europese klok wilden die paste binnen de oosterse paleisesthetiek.
- Progressieve Ottomaanse edellieden die gefascineerd waren door westerse wetenschap en ratio (gesymboliseerd door de Romeinse cijfers), verpakt in een klok die hun eigen cultuur en geloof respecteerde.
Het Uiterlijk en de Symboliek
De klok behoudt de klassieke, robuuste vierkante messing constructie van een traditionele Engelse lantaarnklok, compleet met pilaren en een grote bel bovenop. De symboliek is echter een diplomatieke en religieuze knipoog naar het Ottomaanse Rijk
De Halve Maan (Wassende Maan): Dit islamitische en Ottomaanse soevereiniteitssymbool is prominent verwerkt in de gegoten messing opzetstukken (frets) rondom de bel. Het verving de typisch christelijke of Europese motieven.
- De halve maan, verwijzend naar de hemelkoepel, de kosmos en de islamitische symboliek voor goddelijke perfectie.
- Bloemgravures: Subtiele gravures van gestileerde bladeren sieren de deurtjes, wat destijds een belangrijk symbool was voor de rijkdom en esthetiek van het Ottomaanse Hof.
De Franse lantaarnklokken
De Franse lantaarnklokken in de periode 1600-1800 zijn te verdelen in geheel messing klokken, cartouche klokken, geëmailleerde klokken op koper en aardewerken (faience) wijzerplaten.
Uitzonderlijke Franse Miniatuur Cartouche Lantaarnklok (1751) uit de regeerperiode van Lodewijk XV
Ontdek deze klok uit het midden van de 18e eeuw. Deze uiterst zeldzame miniatuur lantaarnklok, exact gedateerd 1751, belichaamt de absolute overgangsfase van de vroege Franse uurwerkkunst naar de iconische Comtoise. Met haar compacte formaat en geavanceerde mechaniek is deze klok een droom voor de fijnproever en serieuze verzamelaar.
Historische context: koninklijke symboliek & status
De klok ademt de weelde van de Franse Rococo (Louis XV-periode). Het met de hand gegoten messing fronton (de spiegel) toont een rijkdom aan koninklijke heraldiek: de Fleur de lis (Franse lelie) geflankeerd door twee dolfijnen—het historische symbool voor de Dauphin (de Franse troonopvolger).
Wat dit exemplaar uniek maakt, is de tastbare historie: de klok is in de cartouche op de baard (de onderrand) gesigneerd 1751. Klokken van dit miniatuurformaat waren in die tijd peperdure statusobjecten, uitsluitend weggelegd voor de hoogste maatschappelijke klassen.
Technische specificaties: baanbrekende innovatie
Waar de meeste klokken uit 1750 technisch eenvoudig waren uitgevoerd met een dagloper-mechanisme en spillegang, was de maker van dít uurwerk zijn tijd ver vooruit. De klok blinkt uit in horologische innovatie voor haar tijd:
- De Wijzerplaat: Een uiterst verfijnde, compacte messing plaat van 17,5 cm breed, bezet met een weelderige 24-delige cartouche-ring. De uren en minuten zijn in diep donkerblauwe cijfers op individuele emaille schildjes ingelegd.
- Het Echappement: Uitgerust met een voor 1751 zeer vroege ankergang. Dit zorgde in de 18e eeuw voor een ongekende precisie in tijdmeting.
- De Gangduur: Geen standaard 24-uurs uurwerk, maar een ingenieus geconstrueerde halve week loper (3 tot 4 dagen gangduur).
- Aandrijving & Slinger: Aangedreven via een taps toelopend loodgewicht (20 cm) met katrol via de revolutionaire Huygenslus (eindloos touw), waardoor de klok blijft doorlopen tijdens het optrekken. De tijd wordt gereguleerd door een korte slinger van 60 cm met een compacte lens van 7 cm.
- Slagwerk: Een klassiek sluitschijf-slagwerk dat helder weerklinkt op de half- en heel-uurslag middels een markante bronzen bel bovenop het gesmede ijzeren frame.
- De messing/bronzen fret met vooruitkijkende haan op schild met fleur de lis, geflankeerd door gestileerde acanthusbladeren.
De combinatie van een gedateerd miniatuurformaat van 17,5 cm, de 25 cartouches en de destijds hypermoderne ankergang maakt dit object tot een belangrijk historisch document. Een absoluut sleutelstuk in de geschiedenis van de Franse klokkenmakerij.
Links: detail van de messing wijzerplaat beeltenis LouisXV, fleur de lis en dolfijn.
De grote lantaarn schotelhaan comtoise
18e-Eeuwse Franse Lantaarnklok –– 'Getuige van de Franse Revolutie' met gecensureerd Koningswapen (ca. 1750–1770)
Beschrijving:
Deze klok is een historisch Frans overgangsuurwerk. Deze klok is niet alleen een meesterwerk van horlogerie, maar een tastbare getuige van de Franse Revolutie (1789). Het uurwerk verkeert in een uitzonderlijk mooie en originele staat.
De klok is opgebouwd met een massief messing frame en messing raderwerk, gedecoreerd met klassieke hoekpinakels en elegant gedraaide, langwerpige voeten. De klok heeft een monumentale, bolle emaille schotelwijzerplaat met een diameter van 25 cm. De achterzijde is voorzien van het authentieke blauwe tegen-email. De messing wijzers zijn bijzonder fraai gevormd.
Gietstuk
Bovenop de klok bevindt zich een groot, massief messing gietstuk met de iconische, achteromkijkende haan en opvliegende hennen. Zeer opmerkelijk en historisch uiterst waardevol is het schild onder de haan: de oorspronkelijke drie koninklijke Franse lelies (fleur-de-lis) van het Huis Bourbon zijn ten tijde van de Franse Revolutie zeer discreet bijgevijld tot drie abstracte ornamentjes met blokjes.
Dit werd destijds door de eigenaar gedaan om beschuldigingen van koningsgezindheid (royalisme) te voorkomen tijdens het schrikbewind van de Revolutie. Deze subtiele en vakkundige aanpassing maakt dit exemplaar tot een museaal verzamelobject met een fascinerend, bewezen levensverhaal.
Techniek
Technisch heeft de klok een repeterende zaagslagwerk. De klok wordt aangedreven door twee zware, cilindrische loden gewichten en is voorzien van de bijbehorende kleine contragewichten om slippen van de koorden te voorkomen. De klok wordt opgewonden via de originele nestenschijven en touwen.
Rechts de oorspronkelijke fleur de lis zijn bijgevijld tot onherkenbare, subtiele ornamenten op het schild.
Een zeldzame Franse miniatuur-lantaarnklok (ca. 1750-1770)
Historische Context: De Luxe van een Slaapkamerklok
Waar de 18e-eeuwse Franse horlogerie (met name in de Jura en de regio Lyon) bekend stond om grote, zware Comtoises met luide slagwerken voor de leefkeuken, is deze compacte miniatuur met een wijzerplaat van 17,5 cm doelbewust gebouwd als een luxe 'slaapkamer-regulateur'.
De klok beschikt bewust niet over een slagwerk om de nachtrust niet te verstoren, maar is wel uitgerust met een fijnmechanisch wekkerwerk (réveil). Dankzij de zeldzame combinatie van een compact formaat en een hoogwaardig uurwerk is dit een object dat destijds enkel was weggelegd voor de gegoede burgerij.
Esthetische Kenmerken & Evolutie
- Van Cartouche naar Schotel: De klok is voorzien van een prachtige, volledig geëmailleerde schotelwijzerplaat. Deze techniek loste rond 1760 de oudere cartouche-wijzerplaten (met losse ingelegde cijferschildjes) af. Het feit dat deze plaat wordt gecombineerd met vroege uurwerkdetails, plaatst de klok exact in de overgangsperiode 1750–1770.
- Klassieke Bekroning: Boven de wijzerplaat prijkt het klassieke, vroeg-18e-eeuwse messing gietstuk met eenrecht vooruitkijkende haan op een centraal schild, elegant geflankeerd door vier acanthusbladeren.
- De Kastopbouw: Het open frame is puur klassiek opgebouwd met gedraaide messing voetjes, slanke messing hoekpilaren met pinakels, en een centrale toppinakel waaronder de bel in een messing kruisbeugel hangt.
Technische Analyse: Een puur en origineel uurwerk.
Wat deze klok voor geïnteresseerden en kenners mechanisch zo interessant maakt, is de originaliteit van het binnenwerk. De klok is niet uitgerust met de destijds gangbare (en nerveus tikkende) spillegang, maar is geboren met een volwaardige ankergang.
- Originele zijde-ophanging via messing kloof: De lange slinger hangt aan een pure, handgemaakte messing kloof (galgje) aan de achterzijde via een authentieke zijdedraad (suspension à fil de soie). Er is geen later regelasje aanwezig; de draad moet handmatig op lengte worden geknoopt.
- Rustige en stabiele Loop: De slinger is uitgerust met een fors verzwaarde, messing slingerlens van 7 cm met een loden kern. De grote traagheid hiervan zorgt voor een prachtige, rustige en uiterst regelmatige tik — ideaal voor een slaapvertrek.
- Directe Aandrijving: Het uurwerk heeft een directe gewichtsophanging (zonder katrol of Huygens-lus). Het loopt op één hoofdgewicht met een loden contragewicht voor het gaandwerk (om het koord op spanning te houden), en twee kleinere gewichtjes voor de wekkerfunctie.
Technische & Visuele Tijdlijn: De Franse schotel-wekker
-
Onderdelen van de klok
-
Stijlperiode / Oorsprong
-
Betekenis voor de datering
Gietwerk (Fretwerk)
Haan op schild met 4 bladeren aan weerszijden.
1710 – 1740
Late Louis XIV / Régence. De messing gietmal stamt uit een eerdere stijlperiode. In de provincie (Fleurance) bleven klokkenmakers deze geliefde, symmetrische Régence-mallen nog decennia lang gebruiken.De Wijzerplaat
Gewelfde schotelplaat, 17,5 cm.
1750 – 1765
De diep gewelfde vorm van één stuk geëmailleerd metaal was dé technische innovatie om te zorgen dat het emaille in de oven niet barstte. 17,5 cm is een zeldzame, elegante 'slaapkamer-maat' in vergelijking met de latere grote 25 cm Comtoises.De Cijferringen
Arabische minuten & 5-stips halfuursmarkering
1745 – 1755
Het absolute ijkpunt. De unieke halfuursmarkering met 5 stipjes (drie verticaal, twee horizontaal) werd uitsluitend in dit specifieke decennium toegepast op vroege schotelplaten.
De marchand-horloger is Flavon uit het Zuid-Franse Stadje Fleurance.
Deze miniatuur-lantaarnklok is een prachtig bewaard gebleven cultuurhistorisch object. Geen latere ombouwen of 19e-eeuwse moderniseringen, maar pure 18e-eeuwse horlogerie in zijn meest authentieke vorm. De klok hangt momenteel op een passende, latere ijzeren wandstoel.
Boven: detail van de rijk gedecoreerde wijzers en de wekkerschijf.
De Wijzers
Zeer fors, handgezaagd messing
1740 – 1750
Ambachtelijk contrast. Massief en dik handgezaagd messing om visueel perfect af te steken tegen de diepe welving van de spierwitte schotelplaat, ideaal voor de afleesbaarheid bij flauw kaarslicht.
Het Uurwerk & Ophanging
Ankergang, wekkerwerk, zijdedraad op kloof
Vanaf ca. 1745
Ongemodificeerd. Vanaf de basis gebouwd als pure, stille slaapkamerklok (réveille-matin). De zijdedraad-ophanging aan de achterzijde is een high-end precisiesysteem dat uitsluitend voor de betere standen werd toegepast
.
Op zoek naar de Nederlandse stoelklok
De Evolutie van de Nederlandse huisklok: Van Zaanse rijkdom tot oostelijke soberheid. "Mijn reis naar een particuliere verzameling in het zuiden en noorden des lands".
De antieke Nederlandse stoelklok is een van de meest iconische uurwerken uit onze geschiedenis. In de 17e en 18e eeuw transformeerde deze wandklok van een exclusief statussymbool voor de stedelijke elite tot een geliefd streekproduct op het platteland. Wie de geschiedenis van de stoelklok induikt, ontdekt een fascinerende reis langs regionale ambachten, technologische innovaties en bloeiende klokkenmakersdynastieën.
De Bakermat: Westfriese lantaarns en Zaanse pracht (ca. 1670 – 1730)
De Nederlandse klokkenindustrie kreeg een enorme impuls na 1656, het jaar waarin de Nederlandse wetenschapper Christiaan Huygens het slingeruurwerk uitvond. In Noord-Holland zochten ambachtslieden direct naar manieren om deze nauwkeurige techniek in huiselijke klokken toe te passen.
In Haarlem legden pioniers zoals Salomon Coster (de eerste die octrooi kreeg van Huygens) en Isaack van Nickele de basis. De techniek verspreidde zich al snel naar de Zaanstreek, destijds een wereldwijd centrum van fijnmechanica dankzij de honderden windmolens.
Klokkenmakers zoals de familie Volger vertaalden de molentechniek naar het klein. Dit leidde tot de geboorte van de Zaanse klok. Deze vroege stoelklokken stonden op een houten console (stoeltje) en werden gekenmerkt door een met fluweel beklede wijzerplaat, peervormige gewichten en messing belhekken. Topmakers zoals Cornelis van Rossen maakten ware 'rijkeluisklokken' met kostbaar palissander- en notenfineer.
De noordelijke bloei: Friese en Groningse volkskunst (ca. 1700 – 1850)
Toen de productie in de Zaanstreek na 1730 afnam, namen Friese ambachtslieden de fakkel over. Friesland – met steden als Sneek en het klokkendorp Joure – werd het nieuwe epicentrum.
De Friese stoelklok
De Friese makers versimpelden de techniek en pasten de esthetiek aan om de klokken betaalbaarder te maken voor de opkomende klasse van rijke boeren. Fluweel en messing maakten plaats voor:
- Kleurrijke, handgeschilderde wijzerplaten (vaak met landschappen of de vier seizoenen).
- Gegoten lood- of latoenkoperen ornamenten (vaak verguld).
- Kenmerkende zeemeerminnen die de houten achterplank sierden.
Grote makersgeslachten zoals de familie Aleva uit Joure runden ware koppelwerkplaatsen; op het hoogtepunt produceerde Aleva wel 1.500 klokken per jaar.
De Groningse variant
In Groningen ontwikkelden makers zoals de beroemde Jacob Oortwijn, Jurriaan Greven en Claas Bakker een eigen stijl. Hoewel het uurwerk sterk leek op de Friese klok, waren Groningse stoelklokken vaak statiger en soberder. De loden versieringen (het kaplood) toonden specifiek vaak allegorische voorstellingen zoals Geloof, Hoop en Liefde, geregeld geflankeerd door een lokaal familiewapen.
Oostelijke soberheid: Gelderland en Overijssel
In het oosten van het land (de Achterhoek en Twente) ontwikkelde zich in de 18e eeuw een heel andere, geïsoleerde traditie. Waar de noordelijke klokken uitblonken in kleur en glans, stonden de oostelijke klokkenmakers bekend om hun robuuste, technisch zware en ingetogen uurwerken.
Gelderland en de Ruempol-dynastie
In Gelderland spant de familie Ruempol uit Laren/Lochem de kroon. Grondlegger Goslink Ruempol (1682–1759) en zijn zoon Hendrik maakten klokken met een zeer herkenbaar 'puntdakje' en dikke raderen. De klokkenstoel was van massief eikenhout en sloot het uurwerk vaak gedeeltelijk af met deurtjes.
Overijssel en de meesters van Twente
In Overijssel lag het centrum in het stadje Goor. Hier werkten de families Spraekel (waaronder Jan Benjamin Spraekel, die het schopte tot burgemeester) en Antoni ter Swaek. Zij bouwden zware ijzeren en messing uurwerken die, in tegenstelling tot de snelle noordelijke spillegang, vaak al gebruikmaakten van een nauwkeurigere ankergang met een langere slinger.
Overzicht: De regionale verschillen in één oogopslag
Regio / Type, Bekendste Makers, Kenmerkende Esthetiek, Technische Eigenschap
Zaanse klok
Fam. Volger, Kooghies en Van Rossen.
Fluwelen wijzerplaat (of afwijkend beschilderde ijzeren frontplaat) Atlasfiguur, messing ornamenten.
Open lantaarnconstructie, peervormige gewichten.
Friese stoelklok
Fam. Aleva,
Fel beschilderde wijzerplaat, zeemeerminnen, verguld gietlood.
Spillegang met korte, snelle slinger, wekkerwerk.
Groningse stoelklok
Jacob Oortwijn, Jurriaan Greven en Claas Bakker.
Soberder schilderwerk, kaplood met Geloof, Hoop en Liefde.
Technisch identiek aan Friese klok, heraldische details. De klok met de groene wijzerplaat is een Groningse stoelklok mogelijk van Daniël van Barkel.
Gelderse / Twentse klok
Goslink Ruempol en Hendrik zijn zoon ( zie de eerste afbeelding 1760), fam. Spraekel en Ter Swaek.
Massief eikenhouten kast (soms met deurtjes), tin/messing cijferring.
Zwaar gebouwd, puntdakje, vaak langere slinger.
Het Einde van een tijdperk
Aan het einde van de 18e eeuw werden de meeste open stoelklokken langzaam ingehaald door de Friese staartklok. Omdat men overstapte op de nauwkeurigere ankergang, was er een langere slinger nodig. Om deze slinger tegen tocht en aanraking te beschermen, kreeg de klok een houten 'staart'. rechts en onder een aan Jurriaan Greven toegescrheven Groningse stoelklok tussen 1750-1775 met kenmerkende forse raderen..
Technisch meesterschap: Een zeldzame Zaanse /Amsterdamse pioniersklok (ca. 1665–1675 de 1e periode, mijn meest recente aanwinst)
Binnen de Nederlandse horologie behoren de vroege Zaanse lantaarn stoelklokken uit de periode 1665–1675 tot de absolute zeldzaamheden. Klokken uit deze pioniersfase zijn volledig handgemaakt volgens de traditie van de beroemde klokkenmakersfamilie Volger uit Wormerveer. Ze combineerden de toen revolutionaire slingertechniek van Christiaan Huygens met mechanische principes uit de Zaanse molenbouw.
Unieke kenmerken:
- Vroege wijzerplaat: In tegenstelling tot latere modellen met fluweel, heeft deze klok een handbeschilderde, ijzeren frontplaat met zowel een uren- als kwartierenring. Eenvoudig landschap met waterpartij op de spiegel van de klok en centifoliorozen in de hoeken.
- Handgezaagde raderen: Het messing uurwerk bevat gevorkte, driespakige raderen (tandwielen). De spaken splitsen zich aan de buitenrand in een V-vorm voor optimale krachtverdeling.
- Lantaarnrondsels: De overbrenging maakt gebruik van lantaarnrondsels (stalen pennetjes tussen messing schijven), een directe miniaturisering van molentechniek.
- Geribbelde messing nestschijven: Deze nestschijven zorgen er voor, dat de koorden niet kunnen slippen.
- Huygens-aandrijving: Het gaande- en slagwerk worden aangedreven door één doorlopend koordsysteem met één hoofdgewicht, een contragewicht en een katrol.
- Klassieke bekroning: De messing kast is voorzien van wekkergewichten, twee bellen voor de uurslag en een gegoten figuur van Atlas met de hemelbol.
- De stoel is een dikke gelobde plank van eiken onbeschilderd, ongeveer 70cm hoog. Hier loopt de slinger met ruiter door een uitsparing in de wandplank.
Onderstaand de Zaanse stoellantaarn waarvan de herkomst gelet op de constructie Zaans/Amsterdams is.
Hollandse lantaarnklok
1670-1685
1 wijzerige uren-ring en kwartieren-ring
Het uurwerk met gevorkte raderen, geribbelde nestschijven en lantaarnrondsels.
Cultuurhistorische waarde
Er zijn wereldwijd nog slechts enkele tientallen authentieke Zaanse /Amsterdamse lantaarn stoelklokken uit deze eerste generatie bekend.
Onder het frontale fret met geloof, De zijfret: Het Amsterdamse wapen met de
hoop en liefde gegoten in messing leeuwen, het Andreaskruis en de
met gietmallen. kroon van Maximiliaan.